|
SOMS IETS TE GEDREVEN OVER THOMAS
Door Johan Vos
{Gilles Quispel: Het Evangelie van
Thomas. Uit het Koptisch vertaald en toegelicht. Amsterdam,
uitgeverij In de Pelikaan, 380 pagina's, euro 28,00}
Twee stellingen:
- Het Evangelie van Thomas is authentieker dan de andere
evangeliën.
- Jezus is een wijsheidsleraar met esoterische
trekken.
Dat stelt een recent commentator op het Thomas evangelie.
Nieuw-testamenticus Johan Vos is niet helemaal overtuigd.
Als kroon op zijn levenswerk heeft Gilles Quispel een
commentaar op het Evangelie van Thomas gepubliceerd. Reeds in de jaren vijftig
was Quispel, emeritus hoogleraar geschiedenis van het vroege christendom, nauw
betrokken bij de publicatie van dit in Nag Hammadi (Egypte) ontdekte geschrift.
Sindsdien heeft hij in talrijke bijdragen zijn licht erop laten schijnen.
Zijn nieuwste boek bevat niet alleen een vertaling van het geschrift met een
commentaar op elke spreuk, maar ook een 'beginselverklaring' waarin de auteur
zijn visie op het karakter en de oorsprong van dit evangelie
samenvat.
Volgens Quispel is het evangelie vóór 140 na Christus in
Edessa gecomponeerd. In tegenstelling tot andere uitleggers beschouwt hij het
niet als een gnostisch geschrift. Hij legt eerder de nadruk op het ascetische
karakter ervan. Een deel van de spreuken heeft een parallel in de canonieke
evangeliën.
De kernthese van Quispel is dat het evangelie van Thomas
niet afhankelijk is van deze evangeliën maar een traditie bevat die ouder is dan
de bronnen van de kerkelijke evangeliën, en dat veel van de spreuken uit deze
traditie authentieke woorden van Jezus zijn.
De spreuken stammen volgens Quispel voor een groot deel
uit een Judese bron die rond 40 na Christus geboekstaafd werd en die
evangelietraditie van de oergemeente in Jeruzalem bevat. Deze Judese bron,
betoogt Quispel, is niet alleen ouder dan de spreukenbron waaruit de
evangelisten Mattheüs en Lucas veel van hun materiaal geput hebben en die in het
onderzoek 'Q' (van het Duitse woord Quelle) wordt genoemd, maar ook
'onvergelijkelijk veel zuiverder' dan deze spreukenbron. Waar de Judese bron een
spreuk bevat die ook in de kerkelijke evangeliën voorkomt, biedt deze bron de
meer authentieke versie.
Een voorbeeld daarvan zijn de woorden over de dief in de
nacht. In het Evangelie van Thomas (spreuk 21 en 103) is dit een algemene
waarschuwing van een wijsheidsleraar om waakzaam te zijn. In het woord dat
Mattheüs (24:42-44) en Lucas (12:39-40) aan hun bron 'Q' ontlenen, is dit een
waarschuwing geworden waakzaam te zijn met het oog op de plotselinge komst van
de Zoon des Mensen. De wijsheidsleraar is een doemdenker geworden die de nabije
ondergang van de wereld voorspelt.
Het is Quispels stellige overtuiging dat we door het
evangelie van Thomas een zuiverder beeld van de historische Jezus gekregen
hebben. In het beeld van Jezus dat Albert Schweitzer op grond van de kerkelijke
evangeliën construeerde, stond de eschatologie centraal: Jezus verwachtte de
komst van het rijk Gods en het einde van deze wereld in de nabije toekomst, maar
bleek zich daarin te hebben vergist. Voor Quispel daarentegen is Jezus primair
een wijsheidsleraar met esoterische trekken.
Naast de vroege Judese bron beschikte de auteur die het
evangelie van Thomas samenstelde ook over een Alexandrijnse bron die rond 100 na
Christus is geschreven. Deze bron stamt bevrijding stamt uit het milieu van
'enkratieten', mensen die leerden dat het heil aan geslachtelijke
geheelonthouding gekoppeld is. Quispel laat zien hoe wijdverbreid deze opvatting
in het oerchristendom was, met name in Egypte en Syrië. Hij is van mening dat de
uit Alexandrië afkomstige Apollos enkratiet was en dat hij zijn leer onder
andere in de gemeente van Korinthe verspreidde. Omdat het monnikswezen, waarbij
kloosterlingen hun persoonlijke bezittingen opgeven, uit het enkratisme is
voortgekomen en omdat de ascese ook een vooruitgang in het leven van de vrouw
kon betekenen, is Apollos in de ogen van Quispel 'de vader van het socialisme en
de schutspatroon van de bevrijding van de vrouw'.
Quispels boek is een rijke bron van informatie voor ieder
die zich met de geschiedenis van het vroege christendom en in het bijzonder met
de vraag naar de historische Jezus bezighoudt. De auteur is buitengewoon
creatief in het leggen van verbanden tussen het evangelie van Thomas en andere
vroegchristelijke geschriften. Aanstekelijk is zijn belangstelling voor wat hij
zelf 'het verwaarloosde deel van de kerkgeschiedenis' noemt, het Judese en
voorpaulinische christendom. Toch zijn de argumenten van de auteur niet altijd
overtuigend.
Kenmerkend voor Quispels aanpak is dat hij altijd in één
richting argumenteert.
Als het gaat om de vraag of een spreuk in het
evangelie van Thomas van de canonieke evangeliën afhankelijk is of een
onafhankelijke traditie vertegenwoordigt, kiest Quispel altijd voor de laatste
optie. Soms heeft hij daarvoor overtuigende argumenten, soms echter maakt de
heilige overtuiging dát het zo is, op de lezer meer indruk dan de daarvoor
aangevoerde argumentatie.
Emeritus hoogleraar Nieuwe Testament Tjitze Baarda heeft
in diverse minutieuze bijdragen laten zien dat men ook in de omgekeerde richting
kan argumenteren en dat men niet in alle gevallen de mogelijkheid dat Thomas van
de canonieke evangeliën afhankelijk is, moet uitsluiten.
Hetzelfde geldt voor andere thema's. Waar de vraag naar de
authenticiteit van de woorden van Jezus ter sprake komt, moeten we het vaak doen
met uitspraken als: "Zo heeft Jezus het zonder twijfel gezegd", of: "er is geen
enkele reden om aan de authenticiteit van deze logos te twijfelen." De hier
gevraagde goedgelovigheid zal de lezer alleen opbrengen wanneer hij of zij het
beeld van Jezus dat Quispel als norm hanteert, accepteert.
Een nog grotere goedgelovigheid moet men opbrengen bij het
beeld dat Quispel van Apollos schetst. Met grote stelligheid beweert de auteur
dat Apollos enkratiet was. Daarvoor is echter geen spoor van bewijs in de
vroegchristelijke literatuur te vinden. Quispel schrijft veel van de problemen
die Paulus in de eerste brief aan de Korinthiërs aansnijdt, toe aan de invloed
van Apollos. Ook hier zal de lezer eerder door de vindingrijkheid van de auteur
dan door de kracht van zijn argumenten geïmponeerd worden.
Kortom, het boek bevat niet alleen veel stimulerende
gedachten, maar nodigt ook uit tot een kritische lezing. In zijn 'Voorwoord' tot
het boek noemt Joost Ritman, de stichter van de Bibliotheca Philosophica
Hermetica, de drie gestaltes aan wie Quispel in de door deze bibliotheek
uitgegeven serie een publicatie heeft gewijd: Hermes Trismegistus, Jezus van
Nazareth en Valentinus de Gnosticus, 'een Hemels Driegesternte, als het bewijs
van een niet aflatende en ongebroken opvolging van Geestelijke Kennis'. Volgens
hem richt Quispel zich met zijn boek 'op het hart van hen die waarlijk Jezus
zoekende zijn', die op zoek zijn naar de innerlijke bron van het in hen levende
'Christusprincipe'.
Uit dit voorwoord wordt duidelijk tot welke groep lezers
de serie waarin dit commentaar is verschenen zich richt. Of deze lezers met dit
boek aan hun trekken zullen komen, weet ik niet. Terwijl de gewone aardse lezer
de hogere wijsheid van het 'voorwoord' niet altijd kan bevatten, beweegt
Quispels commentaar zich op een enkele uitzondering na niet buiten de perken van
het gedreven wetenschappelijk onderzoek.
Het boek is prachtig uitgegeven voor een prijs die men
zich vaker bij werken van dit kaliber zou wensen.
Gevonden op
http://home.planet.nl/~rwvanes/gillesquispelthomasvroegsocialisme.htm
|