|
Steeds meer opzienbarende teksten, of:
Het alternatieve Nieuwe Testament
Het christelijk geloof draait, zoals de naam al zegt, om
de persoon van Jezus Christus. Christenen geloven dat Hij degene is die God op
aarde heeft bekend gemaakt.
Jezus leefde zo'n 2000 jaar geleden, in de tijd
voordat video, film en geluidsopnamen waren uitgevonden. Wat we over Hem weten
is daardoor gebaseerd op boeken die geschreven werden door ooggetuigen en door
mensen uit de tweede generatie. De belangrijkste 27 ervan zijn verzameld in het
tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament.
Elders op deze site vind je
allerlei argumenten voor de 'echtheid' en de betrouwbaarheid van deze 27 boeken.
Maar deze 27 zijn niet de enige boeken uit die tijd...
Een hele verzameling
Het Nieuwe Testament bestaat uit vier evangeliën, het boek
Handelingen, een boel brieven en een moeilijk boek dat Openbaring aan Johannes
heet. Maar naast deze boeken zijn er nog een heleboel andere.
Een onvolledige
lijst:
Het Evangelie volgens Petrus
Het
Evangelie volgens Thomas
Het Evangelie volgens Filippus
Het Evangelie
volgens Jakobus
Het Evangelie volgens Nicodemus
Het Evangelie volgens
Bartolomeüs
Het Geheime Evangelie volgens
Marcus |
De Handelingen van Andreas
De Handelingen
van Johannes
De Handelingen van Paulus
De Handelingen van Petrus
De
Handelingen van Thomas
De Handelingen van
Filippus |
De Derde Brief aan de Korintiërs
De Brief
aan Laodicea
De Brief van de Apostelen (Epistula apostolorum)
De
Brief van Petrus aan Filippus
De Briefwisseling tussen Paulus en
Seneca |
De Openbaring aan Petrus
De Openbaring
aan Paulus
De eerste Openbaring aan Jakobus
De tweede Openbaring aan
Jakobus
De Openbaring aan Adam
De Openbaring aan
Mozes |
Het is duidelijk dat we
gemakkelijk nog een heel alternatief Nieuwe Testament zouden kunnen vullen!
Omdat deze boeken niet in het Nieuwe Testament staan worden ze apocrief
genoemd.
Wat gebeurde er?
De
vroege kerk heeft dus bij het samenstellen van het Nieuwe Testament uit een
groot aanbod geselecteerd. Dat gebeurde niet uit onwetendheid maar als een
bewuste keuze. Men vroeg zich bij die keuze een aantal dingen af:
Alle teksten die niet aan deze eisen voldeden werden
buiten het Nieuwe Testament gehouden. Christenen geloven dat de kerk bij deze
keuzen geleid werd door Gods Heilige Geest en dat daardoor de goede keuzen
gemaakt zijn. In feite is het woord 'keuzen' niet terecht: de kerk aanvaardde
wat God haar gegeven had.
Afgevallen
Ruwweg
kozen de christenen in de tweede eeuw de meeste boeken voor hun Nieuwe
Testament. Ze kozen boeken uit de eerste eeuw en wezen af wat in de tweede eeuw
geschreven werd. Er werd over bepaalde boeken in de derde eeuw nog gepraat, en
de grenzen werden in de vierde eeuw definitief getrokken. Soms horen we dat
bepaalde boeken omstreden waren, met name Hebreeën en Openbaring.
Ook werd er
gereageerd op de
boeken die men niet aanvaardde, al hebben we niet op elke tekst uitvoerige
reacties. Knappe christenen probeerden duidelijk te maken wat men tegen bepaalde
boeken had. Die mensen noemen we kerkvaders. De kerkvaders maakten zich vaak erg
druk over 'het alternatieve Nieuwe Testament', niet omdat hun eigen geloof werd
bedreigd, maar wel dat van onwetende 'gewone gelovigen'.
Macht? Censuur?
Vooral
sinds de Verlichting zijn er mensen die opkomen voor de apocriefe boeken.
Die zouden gerehabiliteerd moeten worden. Ze zouden ons dingen vertellen die de
inhoud van het geloof wezenlijk veranderen. Ze zouden ons een beter beeld van
Jezus geven.
Deze mensen zeggen vaak dat de kerk macht heeft uitgeoefend om
bepaalde teksten die haar niet bevielen te onderdrukken. Het Vaticaan zou nog
altijd een heleboel waardevolle zaken achterhouden. Er wordt ook gezegd dat de
kerk teksten in de ban deed. Modern gezegd: er werd censuur uitgeoefend.
Professor Quispel, die als gnosticus opkomt voor apocriefe teksten, zegt op
dramatische toon dat de gnosis de meest vervolgde religie ter wereld is. Wie
bepaalde teksten in zijn bezit had, zette volgens Quispel zijn leven op het
spel.
Zijn dat de feiten? Nee. In de tijd waarin de kerk de
cruciale beslissingen nam, was het christendom een kleine, zwakke groep zonder
centraal gezag. Toen de eerste kerkvergaderingen (concilies) gehouden werden, in
de vierde eeuw, was de inhoud van het Nieuwe Testament al vastgesteld. Er is in
de beslissende periode geen sprake van een sterke kerk, of van machtsposities
die moesten worden verdedigd. Doordat de kerk nog klein en ongeorganiseerd was,
is het hoe en wanneer van sommige beslissingen voor ons niet helemaal duidelijk.
Slechts geleidelijk aan kreeg de kerk enige macht. In de vierde eeuw werd
zij staatskerk, doordat de keizer van Rome christen werd. In de eeuwen daarna
kwam er inderdaad georganiseerde censuur, met een lijst van verboden boeken, de
Index. Maar toen waren de belangrijke besluiten al lang genomen. Het Vaticaan
kreeg pas in de Middeleeuwen grote invloed, maar in die tijd waren de Oosterse
kerken al afgesplitst. Die hebben hun eigen systeem en trokken zich weinig aan
van wat er in Rome besloten werd. Dat deden andere groepen al evenmin. Maar
niemand vond de apocriefe boeken de moeite waard.
De apocriefe boeken
Maar geven de talloze boeken die buiten het Nieuwe Testament bleven
ons niet een ander beeld van Jezus, een beter beeld? Soms. De verzameling is
zeer divers en wij kunnen deze teksten beslist niet over een kam scheren.
Sommige ervan zijn door hun schrijvers alleen bedoeld als aanvullingen op het
Nieuwe Testament; qua ideeën wijken ze er niet veel van af. Zo wilde men graag
weten wat Jezus had gedaan tussen zijn geboorte en zijn twaalfde jaar. Het
Nieuwe Testament zegt niets over die periode. Een ander voorbeeld is de Brief
aan Laodicea, die niets meer is dan wat uittreksels uit andere brieven van
Paulus.
Andere teksten hebben wel een duidelijk afwijkend geluid. Zo zijn er
diverse die verkondigen dat seksualiteit verkeerd is. Dat dachten veel
christenen in de vroege kerk en dat legde men dan Jezus en zijn apostelen in de
mond. Nog weer andere teksten spreken het Nieuwe Testament tegen in vragen zoals
wie Jezus was en hoe mensen verlost kunnen worden. Maar het zou te simpel zijn
om te zeggen dat alles wat buiten het Nieuwe Testament bleef ketters
is.
Gnostiek
Veel teksten
van het alternatieve Nieuwe Testament zijn gnostisch. Wat gnostisch is, is heel
lastig te definiëren want de gnostiek was en is een nogal individualistisch
geloof. Het heeft geen stichter en er was nooit sprake van een hechte
organisatie. Gnostisch denken heeft in elk geval de volgende
kenmerken:
1. Dualisme tussen een
absolute, transcendente god en de wereld, dat resulteert in een wereldvijandige
houding. God staat ver boven het aards gewoel en heeft er weinig mee te
maken.
2. De mens wordt gezien
als een goddelijk wezen, een soort lichtvonk die op aarde verdwaald
is.
3. De redding van de mens
vindt plaats door kennis: op een of andere wijze wordt hem geopenbaard wat zijn
werkelijke herkomst is en wie hijzelf is; deze kennis is tegelijkertijd kennis
van God.
- 4. Veel teksten hebben
de vorm van mythen waarin meestal sprake is van allerlei tussenwezens in het
heelal.
- [Zie hiervoor mijn artikel 'De Handelingen van
Johannes als gnostische tekst', in R. Roukema (red.), Het andere christendom.
De gnosis en haar geestverwanten, Zoetermeer (Meinema) 2000, 97-113.]
Gnostici kiezen vaak partij voor degenen die in de Bijbel
veroordeeld worden: Kaïn, Esau, de slang uit het paradijs, de inwoners van
Sodom. Het pasontdekte 'Evangelie van
Judas' lijkt de kant te kiezen van Judas, de verrader van Jezus. Professor
Quispel noemt dat kiezen voor het verdrukte, maar dat is onzin. Het is een
uiting van bewust verzet tegen de bijbelse geschriften en tegen de God van de
Bijbel. Gnostici waren elitair en bekommerden zich in het algemeen niet om de
verdrukten. Hun uitverkiezingsleer was uitgesproken onbarmhartig.
Deze keuze
voor mensen die er in de Bijbel slecht af komen is een uiting van de omkering
van goed en kwaad bij veel gnostici. Zij noemen slecht goed en goed slecht. Dat
maakt het mogelijk om de hoofdpersonen van de Bijbel, de kerk en God zelf aan te
vallen. Dat plaatst de lezer voor een keuze: er kan er maar een gelijk
hebben.
Nieuwe teksten, hoe ga je daarmee
om?
De vondst van nieuwe teksten zoals het
Evangelie van Judas plaatst ons voor de vraag wat we ermee moeten. Een paar
gedachten:
1. Als nieuw ontdekte
boeken de Bijbel tegenspreken, wordt de Bijbel dan bedreigd? Welnee! Vondsten
kunnen best worden aangekondigd als 'sensationeel', 'opzienbarend' en zo meer,
maar er is geen reden voor grote opwinding. Het behoeft ons niet te verbazen dat
sommige teksten de Bijbel tegenspreken en dat andere bijbelse gegevens
verdraaien. So what? Het is een kenmerk van de gnosis.
2.
Veel van deze teksten
waren vroeger ook bekend en christenen hebben er al eeuwenlang op gereageerd.
Een aantal is pas in de 20e eeuw boven water gekomen maar dat heeft aan de
situatie niet zoveel veranderd. We weten nu gewoon veel meer maar dat verandert
niets aan het principe dat christenen alleen het Nieuwe Testament als
gezaghebbend aanvaarden.
3. Hedendaagse christenen
moeten niet wijzer willen zijn dan de kerk van alle eeuwen. Nieuwe teksten
hebben per definitie een lagere status dan de Bijbel zelf. Natuurlijk is het
moeilijk om zomaar aan te nemen dat anderen (lees: de vroege kerk) de juiste
keuzen al gemaakt hebben, maar uiteindelijk is dat wel precies de situatie. Wie
gaat morrelen aan het Nieuwe Testament zet in feite een stap op weg naar een
eigen kerkje. Hij scheidt zich af van de kerk van alle eeuwen.
4. Christenen van nu
kunnen veel leren van de manier waarop de kerkvaders die vreemde teksten
aanpakten, en van hun inhoudelijke weerleggingen.
En als die tekst nu eens heel oud
is?
Ouderdom zegt niets. Al in de eerste eeuw,
de tijd van het Nieuwe Testament, waren er naast goede teksten ook slechte in
omloop, en naast goede tradities ook foute. In het Nieuwe Testament kunnen we al
lezen hoe er van alles misgaat. Een paar voorbeelden:
En eerder nog, in de tijd van het Oude Testament, waren er
onder het volk van God niet alleen goede profeten maar ook valse profeten
(Deuteronomium 13:1-5, 18:18; Jeremia 23:16-32; Jeremia 28). De leugen is
slechts een minuut jonger dan de waarheid. Dat begon al in het paradijs (Genesis
3) en het zal niet ophouden.
Datering
Het dateren
van teksten uit de oudheid is overigens heel moeilijk, vooral wanneer ze ook nog
eens vertaald zijn. (Het Evangelie van Judas is in het Koptisch bewaard maar
waarschijnlijk oorspronkelijk in het Grieks geschreven.) Over veel teksten lopen
de meningen van de deskundigen ver uiteen. We hebben geen oorspronkelijke
handschriften meer uit de eerste eeuw, alleen kopieën (van kopieën). Het is
absurd dat over het apocriefe Evangelie van Judas al beweerd wordt dat het uit
de eerste eeuw stamt voordat we de tekst in zijn geheel hebben kunnen lezen. Pas
als we een gedrukte editie voor ons hebben, kunnen we er iets over proberen te
zeggen. Wie voor die tijd uitspraken doet, laat zich kennen als een slechte
wetenschapper.
Enkele criteria voor datering zijn:
-
Het materiaal en lettertype van het manuscript. Geleerden
kunnen aan de vorm van de letters tot op 50 jaar bepalen wanneer een handschrift
geschreven werd. Maar vaak is zo'n handschrift een kopie van een oudere
tekst.
-
Verwijzingen naar bekende en dateerbare gebeurtenissen en
zaken; de tekst moet dan na die bepaalde tijd ontstaan zijn. Een simpel
voorbeeld: teksten die verwijzen naar kerkgebouwen zijn laat want de eerste
christenen hadden geen eigen gebouwen.
-
Ideeën. De gnostiek ontstond geleidelijk uit het
christendom en dus jonger dan het christelijk geloof, dat is na 150 jaar
onderzoek wel zeker. Teksten die een complete gnostische leer brengen zijn
daarom per definitie uit de tweede eeuw of later, niet uit de eerste
eeuw.
-
Verwijzingen naar of afhankelijkheid van andere teksten.
Van nogal wat teksten van het alternatieve Nieuwe Testament is duidelijk dat ze
dingen ontlenen aan teksten die wel in het Nieuwe Testament werden opgenomen. In
dat geval is de ene tekst dus na de andere geschreven.
Tenslotte
Eensgezindheid is er niet onder bijbelwetenschappers en zal er ook
nooit komen. Dat komt door de uiteenlopende vooronderstellingen waarmee we
beginnen. Bijbelgetrouwe onderzoekers verzamelen steeds meer gegevens die de
betrouwbaarheid van de bijbelse geschriften laten zien maar wie begint met een
andere bril op, zal het alternatieve Nieuwe Testament meer waarderen. Vroeger of
later overschrijdt men dan wel de grens van het christendom en is men
bijvoorbeeld gnosticus geworden. En dat is iets heel anders, ook al proberen
mensen zoals professor Quispel dat te ontkennen. Je kunt niet tegelijk
monarchist en republikein zijn.
Auteur: Dr. Pieter J. Lalleman - Voor apologia.nl -
Maart 2005 |