Dit artikel is eerder verschenen inhet blad Ellips.
 

‘Heilig’ boek van de Moslims is niet onfeilbaar

Tekst en overlevering van de Koran Door dr. Pieter J. Lalleman

De Islam stelt dat hun heilige boek, de Koran, integraal aan Mohammed geopenbaard is en sindsdien perfect overgeleverd. In het gesprek met Moslims komt dan ook vaak ter sprake dat de tekst van de Koran veel beter bewaard is dan die van de Bijbel. Maar klopt dat wel? Pieter Lalleman zocht het na.

Aan de eerstejaars studenten op Spurgeon’s College geef ik colleges over het ontstaan en de overlevering van de Bijbel. Uiteraard komen dan naast de grote betrouwbaar van de Schrift ook de ‘lastige’ aspecten aan de orde, zoals het ontbreken van de oorspronkelijke handschriften, de noodzaak van tekstkritiek, de menselijke betrokkenheid bij het proces van de canonvorming en als resultaat daarvan de restproducten, de apocriefe boeken.

Dit jaar viel het me bijzonder op dat de zwarte studenten zich meer aantrokken van deze informatie dan de blanke. Deze feiten waren nieuw voor hen en ze zeiden dat ze hierdoor veel zwakker zouden staan in het gesprek met Moslims, die trots beweren dat de Koran onfeilbaar is en dat de overlevering ervan probleemloos verlopen is. Het probleem van deze studenten was voor mij reden om me eens te verdiepen in de oudste geschiedenis van de Koran, in een poging het getuigend gesprek te dienen.

Vooraf

Laat ik allereerst stellen wat ik ook tegen deze studenten heb gezegd, dat het gesprek met een Moslim geen welles - nietes over feiten moet zijn. Een Moslim zal de Here Jezus niet leren kennen doordat we hem overtuigen van de waarheid van de inhoud van dit artikel. Centraal moet staan de liefde van de God van Israël die zijn Zoon naar deze wereld stuurde om zonde en dood te overwinnen. Maar de gegevens van dit artikel kunnen op de achtergrond zeker van dienst zijn. Let wel, Moslims weten vrijwel niets over hier volgt; ze menen wat ze zeggen als ze beweren dat de tekst van de Koran superieur is aan die van de Bijbel. Vrijwel alle moderne kritische studies van de Koran stammen van niet-Moslims, omdat de volgelingen van de profeet te veel eerbied voor de tekst hebben om er wetenschappelijk mee om te gaan.

Losse openbaringen

Mohammed leefde waarschijnlijk van 570-632. Deze jaartallen worden zelden betwist, ook al werden de gegevens over zijn leven pas geruime tijd na zijn dood opgeschreven in de zogeheten Hadith, de profetische traditie. Nadat Mohammed zich tot profeet geroepen wist, gaf hij vanaf 610 ‘openbaringen’ door die hij naar eigen zeggen van God had ontvangen door bemiddeling van de aartsengel Gabriël. De Hadith bevat echter nogal wat verhalen die deze claim discutabel maken. Zo wordt verteld dat adviezen die Mohammeds vriend Omar hem had gegeven, vaak korte tijd later terugkwamen in de tekst van een openbaring. Ook de belevenissen en ongemakken van de profeet waren nog wel eens aanleiding voor het ontvangen van een openbaring. Dit was algemeen bekend, zodat toen Mohammeds vriend Aboe Roehm Mohammeds voet verwondde, hij doodsbenauwd was dat er nu een openbaring zou komen die zijn blunder zou vereeuwigen... Kritische geleerden menen dat Mohammed zijn (beroep op) openbaringen misbruikte om tegenstanders tot zwijgen te brengen of zijn kijvende vrouwen de baas te worden. Anderen gebruiken termen zoals ‘zijn dagboek’, ‘tafelgesprekken’ en ‘preken’ om de openbaringen, die later verzameld werden in de Koran, te typeren. In het beste geval is duidelijk dat de Koran het werk is van een menselijke auteur.

Moslim geleerden geven in de Hadith toe dat Mohammed vaak wijzigingen aanbracht in eerder doorgegeven openbaringen. Dit wordt verklaard door de leer van het ‘intrekken’, die stelt dat sommige openbaringen alleen betrekking hadden op bepaalde situaties en dat ze aangepast konden worden aan veranderende omstandigheden. Dit alles staat natuurlijk haaks op het geloof dat het prototype van de Koran van eeuwigheid bij Allah in de hemel is.

 
Tijdens Mohammeds leven werden zijn woorden vooral mondeling herhaald en verbreid door zijn grotendeels analfabete aanhangers. Het reciteren van zijn woorden was een onderdeel van het leven als volgeling van de profeet. Ook werden er wel aantekeningen gemaakt, onder andere op palmbladeren, steen, dierenbotten en leer, maar de openbaring werd nog op geen enkele wijze gecanoniseerd. Mohammed zelf was analfabeet en gebruikte tientallen personen als secretaris voor een of meer openbaringen, onder wie enkele christenen, een geadopteerde zoon en tenminste een van zijn vrouwen. Anders dan velen denken was er bij zijn dood dan ook nog geen sprake van ‘de Koran’.

Verzamelen

Een volgend probleem met betrekking tot de Koran komen we dan ook op het spoor door de vraag te stellen of alle openbaringen aan Mohammed wel zijn bewaard. Het antwoord is: hoogstwaarschijnlijk niet. Reeds in het jaar na Mohammeds dood sneuvelden veel van zijn aanhangers in de Slag bij Yamama en mogelijk namen zij de herinnering aan bepaalde uitspraken mee in hun graven. De Hadith bevat de tekst van diverse tradities die niet in de Koran terecht gekomen zijn terwijl ze toch wel aan Mohammed worden toegeschreven. Een vrij bekende anekdote is die waarin de lievelingsvrouw van de profeet vertelt hoe kort na zijn dood een geit een stuk perkament had opgegeten waarop een belangrijke openbaring stond. Deze openbaring gebood de dood door steniging van overspelige echtgenoten. Ook kalief Omar (634-644) kon zich die openbaring goed herinneren en stelde de doodstraf weer in.[i] De twee hoofdstromingen van de Islam die al heel snel ontstonden en nog steeds bestaan, de Soennieten en de Sji’ieten, beschuldigden elkaar er vanaf het begin van, gedeelten die hen onwelgevallig waren uit de Koran te hebben verwijderd. Hedendaagse geleerden zijn er dan ook van overtuigd dat de Koran niet de complete bundeling van Mohammeds prediking is. Hoeveel er ontbreekt is natuurlijk met geen mogelijkheid te zeggen.

 

Er zijn twee oude tradities onder de Moslims over de vraag welke opvolger van Mohammed de Koran liet samenstellen: volgens sommigen was het zijn directe opvolger, kalief Aboe Bakr (632-634), volgens anderen kalief Othman (644-656). Niet iedereen was destijds overigens voorstander van het samenstellen van de Koran, om de simpele reden dat Mohammed het zelf niet had gedaan en het ook niet aan anderen had opgedragen.

Waarschijnlijk ontstonden er onder Aboe Bakr diverse verzamelingen van woorden van Mohammed naast elkaar; in de tijd van Othman waren er zeker vijf verschillende verzamelingen in omloop, in Medina, Damascus, Homs (nu Syrië), Basra en Kufa (nu Irak). Deze waren grotendeels identiek maar ze verschillenden teveel van elkaar om te kunnen spreken van ‘de’ Koran. Om in deze situatie verbetering te brengen liet Othman één standaardtekst opstellen en kopieën van de andere versies vernietigen. Munten uit het einde van de zevende eeuw bevatten echter woorden uit de Koran die afwijken van de tekst zoals we die nu hebben en die dus ontleend moeten zijn aan een andere ‘editie’ dan die van Othman. En ook de kopieën van de herziene versie die hij naar belangrijke steden liet brengen, waren naar verluidt niet helemaal identiek.

 

Blijvende verschillen

In de Koran-editie van Othman is er voor het eerst sprake van de 114 soera’s (hoofdstukken) die we nu nog kennen. Volgens de geleerden gaan de kortere soera’s vaak in hun geheel op de profeet terug, terwijl de langere combinaties van kleinere eenheden lijken te zijn. Zoals bekend zijn de soera’s op lengte geordend met de langste voorop - de korte inleidende soera 1 is een uitzondering op deze regel – zodat de oudste delen van de Koran achterin staan.

Het verzamelen en opschrijven van Mohammeds woorden betekende in elk geval niet het einde van hun mondelinge overlevering: nog zeker enkele generaties lang bestonden de geschreven en de doorvertelde tekst naast elkaar.

 

De eerste versies van de Koran werden opgeschreven in het dialect van het Arabisch dat in Mekka gesproken werd. Het schrift ervan is zeer gebrekkig en kent slechts 18 tekens, alle medeklinkers. Elk van deze tekens kan meerdere betekenissen hebben omdat er in het Arabisch veel meer dan 18 klanken zijn. In dit schrift geschreven teksten zijn niet veel meer dan geheugensteuntjes bij het reciteren van mondelinge traditie.

In de eeuwen na Mohammed werd de Koran overgezet in andere Arabische dialecten en kwam er ook een ander schrift in gebruik. Steeds moest men daarbij beslissen over de betekenis van de vaak meerduidige tekst. Ook het toevoegen van klinkertekens kon vaak op meerdere manieren gebeuren. (Een simpel voorbeeld in het Nederlands: lpn kan men aanvullen tot lopen, tot liepen of tot Alpen.) Ook zag men er in de eerste eeuwen van de Islam geen probleem in om een onbekend of ongebruikelijk woord te vervangen dor een bekend woord.

Hedendaagse Moslims zijn ervan overtuigd dat dit hele proces leidde tot een volmaakt overgeleverde, eenduidige tekst, maar de Hadith laat eigenlijk een heel andere beeld zien. Er bestonden uiteenlopende versies en kaliefs verboden en vernietigden versies die concurreerden met hun favoriet. Nog in de tiende eeuw belandden meerdere schriftgeleerden in de gevangenis omdat zij voor een andere tekst kozen dan degenen die de macht hadden. Pas rond het jaar 1000 is er sprake van zoiets als een standaardtekst. Versies in zeven uiteenlopende dialecten van het Arabisch werden uiteindelijk erkend, en waarschijnlijk verschilden die inderdaad weinig van elkaar. Tegenwoordig zijn er nog Korans in twee dialecten overgebleven. Veel tekstvarianten zijn inhoudelijk weinig belangrijk; maar een Moslim kan niet zeggen dat de Koran immuun is voor tekstkritische studie. Een vooral praktisch probleem is dat de versnummering in sommige soera’s, bijvoorbeeld soera 5, per editie en vertaling verschillend is.[ii]

 

Handschriften

Bij het voorbereiden van dit artikel viel me op hoe weinig er geschreven is over de oudste handschriften van de Koran. Veel van deze handschriften zijn dan ook niet toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek. Moslims stellen vaak dat er nog veel handschriften bestaan uit de tijd van kalief Othman – minder dan 25 jaar na de dood van de profeet - maar zonder het bewijs daarvoor te leveren. Er worden in de literatuur slechts twee handschriften genoemd die er aanspraak op zouden kunnen maken inderdaad zo oud te zijn. Het ene staat bekend als het Samarkand handschrift en bevindt zich waarschijnlijk in Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan, het andere ligt in het Topkapi museum in Istanboel. Van beide wordt gezegd dat dit de tekst is die de impopulaire Othman aan het lezen was op het moment dat hij werd vermoord, en van beide zegt men dus dat er spetters van zijn bloed op zitten... Aangezien beide manuscripten echter geschreven zijn in een lettertype dat niet vóór de tweede helft van de achtste eeuw – een eeuw na Othman - werd gebruikt, is dat bepaald onwaarschijnlijk. Beide zijn verre van compleet; het handschrift in Tasjkent omvat gedeelten van de soera’s 2 tot 43 met enorme lacunes en er hebben gezien het lettertype waarschijnlijk meerdere schrijvers aan gewerkt.

 

Een ander oud handschrift - waarvan sommige boeken vertellen dat het geheel compleet is - bevindt zich in de tentoonstellingszaal van de British Library in London en is dus voor iedereen (gratis) toegankelijk. Het dateert eveneens uit de tweede helft van de achtste eeuw maar het is al evenzeer incompleet als de andere twee. Om precies te zijn bevat het de soera’s 7:40 – 9:60; 10:9 – 39:48, en 40:63 – 43:71, wat neerkomt op tweederde van de Koran.[iii]

Daarmee staan de oudste handschriften van de Koran wel dichter bij de oorsprong van de tekst dan de oudste complete handschriften van het Nieuwe Testament, maar dat is een gradueel en geen absoluut verschil.

 

Grote vondst

In 1972 werd bij de restauratie van de grote moskee van Sanaa’ in Jemen een grote handschriftenvondst gedaan. Het gaat om letterlijk duizenden fragmenten van meer dan 900 handschriften van de Koran! Sommige stammen nog uit de eeuw van Mohammed maar ze vertonen een tekst die aanzienlijk afwijkt van de huidige tekstvorm. Onder andere is de volgorde van de hoofdstukken (soera’s) vaak anders dan in de gangbare tekst. Het lijkt waarschijnlijk dat we hier te maken hebben met (kopieën van) handschriften die ontsnapten aan de standaardisering van de tekst onder kalief Othman. Daarmee heeft de Islam nu een tekstkritische problematiek die groter lijkt te zijn dan de vraagstukken waarvoor (Joden en) Christenen zich met het Oude (en Nieuwe) Testament gesteld zien.

 

Opmerkelijk genoeg riepen de autoriteiten in Jemen voor het onderzoeken van de handschriften de hulp in van niet-Moslim wetenschappers, en wel Duitsers![iv] Zij hebben de zaak vanaf 1981 ‘gründlich’ aangepakt: het tekstmateriaal is nu geconserveerd, gecatalogiseerd en op film vastgelegd, maar de uitgave ervan moet ruim 30 jaar na de vondst nog beginnen. Het materiaal zelf bevindt zich in Jemen, de Duitsers zullen de foto’s gebruiken. De leider van deze onderzoekers, Dr. Gerd-Rüdiger Puin (Saarbrücken), heeft zich inmiddels de woede van de Moslimwereld op de hals gehaald door een paar radicale uitspraken. In de eerste plaats omschrijft hij de Koran in de eerste eeuwen van zijn bestaan als ‘een evoluerende tekst’ en bepaald niet een ‘pakket uit de hemel’. Ook stelt Puin op basis van taalkundige argumenten dat de Koran diverse gedeelten bevat uit de tijd voor Mohammed, teksten dus die stammen uit het polytheïstische Arabië van voor de Islam. Dat staat natuurlijk haaks op het geloof in Mohammed als de grote profeet.

Tenslotte heeft Puin verklaard dat rond de twintig procent van de Koran bestaat uit volkomen onbegrijpelijk en dus onvertaalbaar Arabisch. Voor ons interessant is dat hij ook een heldere verklaring geeft voor deze hoge moeilijkheidsgraad van de tekst. Eerdere geleerden hadden al vastgesteld dat de Koran zo’n 275 leenwoorden bevat uit met name het Hebreeuws en het Aramees, maar ook uit het Perzisch en het Grieks. De oudste lagen van de Hadith (traditie) erkennen deze ontleningen, maar latere generaties Moslims zagen deze gedachte als ketterij. Puin sluit zich bij deze gedachte aan en denkt dat het Arabisch van Mohammed in sterke mate beïnvloed was door het Aramees van de Christenen in Syrië. Degenen die de tekst vocaliseerden en in een ander schrift overbrachten, hebben deze arameïsmen echter stelselmatig over het hoofd gezien of genegeerd en daardoor verkeerde keuzen gemaakt. Puin heeft aangekondigd dat hij een terugvertaling in het oorspronkelijke Arabisch van Mohammed zal produceren die recht doet aan de arameïsmen en een duidelijke tekst oplevert.

Als voorbeeld van beïnvloeding door het Aramees gebruikt hij het Arabische woord sjakînah, dat meestal wordt opgevat als een afleiding van de wortel sj-k-n, 'rustig zijn, (be)wonen'. Maar in de Koran heeft het woord weinig met rust te maken en duidt het de aanwezigheid van Allah aan. Hiervoor hebben het Hebreeuws en het Aramees het woord sjekhina. Dat woord heeft dezelfde wortel sj-k-n maar past veel beter in de verzen van de Koran waarin het voorkomt (2:248, 48:4, 48:18, 9:26, 9:40, 48:26). Ook de overeenkomst met het gebruik van sjekina in het Oude Testament wijst erop dat dit een goede oplossing is.

 

Andere deskundigen hadden al lang geleden gesignaleerd dat delen van de Koran eigenlijk onbegrijpelijk zijn, maar tot dusverre werden er hiervoor andere verklaringen gegeven.[v] Zo kan het zijn dat de tekst pas tientallen jaren na de dood van Mohammed als heilige schrift werd gebruikt en dat men toen de betekenis van bepaalde woorden en zinnen reeds was vergeten. Maar omgekeerd kan de Koran ook materiaal uit tijden lang voor Mohammed bevatten, waarvan men in zijn tijd al niet meer met zekerheid kon zeggen wat het betekende. Ik neig ernaar de oplossing van Puin als de waarschijnlijkste te zien.

 

Inhoudelijke kritiek op de Koran is geen moderne Westerse uitvinding. Hedendaagse Moslims weten echter zelden dat er tijdens de eerste eeuwen van de Islam ook al felle kritiek op de Koran was, maar toen door Moslims zelf. Zo waren er bepaalde groepen die soera 12 geheel of gedeeltelijk wilden schrappen omdat het daar - in het verhaal over Jozef en de vrouw van Potifar - over erotische verleiding gaat. Een persoonlijke bediende van de profeet, Abdoella ibn Masoed, had zijn eigen Koran waarin geen plaats was voor de soera’s 1, 113 en 114. Een laatste voorbeeld is dat de nog altijd bestaande sekte van de Soefis vele teksten zo onnatuurlijk en metaforisch uitlegt dat duidelijk is dat zij met de letterlijke betekenis ervan geen raad weten.

De conclusie is onontkoombaar dat de Koran er op het gebied van tekstoverlevering zeker niet beter voorstaat dan de Bijbel. Ook hebben mensen zo’n groot aandeel gehad in het tot stand komen van de tekst dat de bewering dat de Koran rechtstreeks uit de hemel afkomstig is, als volkomen ongefundeerd moet worden beschouwd.

 

Verdere literatuur

Van neutraal standpunt: W. M. Watt & R. Bell, Introduction to the Qur`an (Islamic Surveys 8; Edinburgh: University Press, 1970, 1990)

Van evangelisch standpunt: Steven Masood, The Bible and the Qur`an. A question of integrity (Carlisle: OM Publishing, 2001)



[i] Dood door steniging in geval van overspel wordt wel voorgeschreven door de Hadith maar niet in de Koran zelf. Daar staat expliciet geseling als straf genoemd (24:2).

[ii] Het aantal verzen is ergens tussen de 6204 en 6239; de Koran is ongeveer even lang als het Nieuwe Testament.

[iii] Mededeling van Dr. Colin F. Baker, directeur van de afdeling Nabije en Midden Oosten van de British Library. Men bedenke dat de eerdere soera’s langer zijn dan de latere.

[v] Michael Cook, The Koran. A very short introduction (Oxford: University Press, 2000) 136-140.

 
Copyright © 2006 apologia.nl